Acceptatie deeltijd stagneert doorgroei Nederlandse vrouwen naar volwaardige banen

Disclaimer: Voorliggende informatie is beschikbaar gemaakt als openbare dienstverlening; deze is noch door Europese Stichting tot Verbetering van de Levens- en Arbeidsomstandigheden bewerkt noch goedgekeurd. Voor de inhoud zijn alleen de auteurs verantwoordelijk.

Over het jaar 2008 is opnieuw vastgesteld dat driekwart van de werkende vrouwen in deeltijd werkt, en daarover tevreden is. De overheidscommissie Deeltijd-Plus, ingesteld om beleid te ontwikkelen zodat vrouwen grotere deeltijdbanen ambiëren, voelt zich gesteund door het resultaat dat vrouwen gemiddeld vijf uur per week meer willen werken. Werkgevers zouden vrouwen te weinig stimuleren. Begin 2009 is in onderzoek vastgesteld dat het aantal vrouwen aan de top van het bedrijfsleven stagneert.

In 2008 blijkt opnieuw dat nog steeds driekwart van de werkende vrouwen in deeltijd werkt, en dat uitbreiding van de werkweek niet plaatsvindt. In de ‘Emancipatiemonitor 2008’ wordt bovendien vastgesteld dat de vrouwen tevreden zijn over de omvang van hun werkweek en geen economische noodzaak voelen om meer te werken (SCP, 2009). Driekwart van de fulltime werkende mannen echter heeft het idee dat zijn inkomen niet kan worden gemist. Tegelijk is het percentage vrouwen dat werkt in Nederland verhoudingsgewijs hoog, namelijk 60%. Bovendien groeit de arbeidsdeelname van vrouwen nog steeds jaarlijks met enkele procenten. Het percentage vrouwen dat fulltime werkt is echter sinds 1971 nauwelijks gestegen.

Deeltijd vanzelfsprekend voor vrouwen

Deeltijd werken is een vanzelfsprekende keuze geworden voor Nederlandse vrouwen. De meeste deeltijders willen helemaal niet fulltime werken, ze willen tijd overhouden voor het huishouden, de kinderen en hun hobby’s. De meesten hebben een partner die vijf dagen in de week werkt. Het inkomen van de vrouw wordt gezien als een aanvulling daarop. Van de werkende vrouwen is 43% economisch zelfstandig. Voorheen was het kostwinnersmodel vanzelfsprekend, nu is dat het anderhalfverdienersmodel. Dat is een grote verandering, maar wat taakopvatting betreft zijn mannen en vrouwen nog steeds traditioneel. Mannen zorgen voor het geld, vrouwen voor een financieel extraatje en ze nemen de zorgtaken op zich. Paren realiseren zich onvoldoende dat één op de drie relaties stuk loopt, of dat de mannelijke partner in de WAO kan belanden, waarmee een substantieel deel van het inkomen wegvalt.

Overheid medeschuldig

De huidige regering wil graag af van de deeltijdcultuur, zodat vrouwen meer gaan werken en de Nederlandse arbeidsmarkt beter bestand is tegen de gevolgen van de vergrijzing. Tegelijk valt te constateren dat deze cultuur mede door het overheidsbeleid is veroorzaakt. Vanaf halverwege de jaren tachtig heeft de regering deeltijdwerk onder vrouwen gestimuleerd door in te zetten op goede arbeidsvoorwaarden van parttimers en werkgevers te dwingen serieus in te gaan op verzoeken de arbeidstijd aan te passen.

Hoewel de meeste vrouwen bewust kiezen voor een deeltijdbaan, wil het merendeel best wat meer uren werken. Deze bereidheid is afhankelijk van de flexibiliteit van de werkgever, een flexibiliteit die in de loop van de jaren niet is toegenomen. De vrouwen willen echter zeggenschap over de tijden en de locatie, willen inhoudelijk uitdagender werk en willen er financieel flink op vooruit gaan. Volgens het onderzoek kan het gemiddelde aantal uren stijgen van bijna 17 uur naar bijna 24 uur wekelijks als werkgevers voldoen aan deze wensen.

Werkgevers ook schuldig

Werkgevers blijken vrouwen te weinig te stimuleren om meer uren te werken, terwijl vrouwen wel aangeven dat zij meer uren willen werken. Dit geldt in het bijzonder voor vrouwen met een kleine deeltijdbaan van minder dan 19 uur. Het aantal werkgevers dat werkt met flexibele werktijden en locaties, valt tegen. In het onderzoek voor de Emancipatiemonitor bleek het zelfs moeilijk good practices, goede voorbeelden, te vinden van zelf roosteren, thuiswerken of e-werken. De Taskforce Deeltijd-Plus, een overheidsadviescommissie, is blij met het resultaat dat vrouwen meer willen werken. Die vijf uur meer wekelijks is in totaal wel een half miljoen voltijdbanen extra. Nu moeten werkgevers gaan voldoen aan de randvoorwaarden voor vrouwen, bijvoorbeeld de werktijden afstemmen op het privéleven.

De vakcentrale FNV wijst erop dat dit soort eisen pas sinds kort op de cao-onderhandelingstafel liggen. Werkgevers laten ook huiver en koudwatervrees zien: zelf roosteren beschouwen ze als een bedreiging van de productiviteit. De wens korter te werken van een vrouwelijke en een mannelijke werknemer wordt verschillend beoordeeld: de vrouw krijgt direct haar zin, terwijl een man wordt gewezen op de consequenties voor zijn carrière. De FNV steunt de aanbeveling van het onderzoek vacatures bij voorrang aan te bieden aan deeltijders.

In het licht van het voorgaande is het niet verwonderlijk dat het aantal vrouwen op topposities in 2008 stagneert. Recent onderzoek laat zien dat 5,7% van de commissarissen en bestuurders van beursgenoteerde bedrijven vrouw is. Uit de jaarlijkse ‘Female Board Index’ van de Erasmus Universiteit Rotterdam blijkt dat van de 831 topbestuurders er 47 vrouw is. Van de onderzochte 113 bedrijven hadden er drie meer dan in 2007 een vrouw in de top. In totaal gaat het om ruim 30% van de bedrijven. Levensmiddelenbedrijf Ahold voert de lijst aan met 4 van de 11 topfuncties voor vrouwen.

Marianne Grünell, HSI

Sociaal en Cultureel Planbureau (2009) ‘Verdeelde tijd. Waarom vrouwen in deeltijd werken’ Den Haag: SCP

Useful? Interesting? Tell us what you think. Hide comments

Eurofound welcomes feedback and updates on this regulation

Reactie toevoegen