Wijzigingen in het Nederlandse arbeidsrecht: veel nadruk op aanpak uitbuiting

Afwijzing van aansprakelijkheid: deze informatie is bedoeld als dienstverlening aan de lezer, maar is niet bewerkt door de Europese Stichting tot verbetering van de levens- of arbeidsomstandigheden. De inhoud valt onder de verantwoordelijkheid van de auteur(s).

Het is, mede als gevolg van een kabinetscrisis en een moeizame formatie van een volgende kabinet, lange tijd relatief rustig geweest op het terrein van de arbeidswetgeving. Per 1 januari 2012 zijn echter verschillende wetten in werking getreden, en verschillende lopende voorstellen worden nu met voortvarendheid behandeld. Veel wetsvoorstellen hebben betrekking op de aanpak van illegale arbeid en arbeidsuitbuiting. Een kort overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen.

Uitzendbureaus

In 1998 is de vergunningenplicht voor uitzendbureaus afgeschaft. In de dertien daaropvolgende jaren heeft er een grote toename van legale en vooral ook illegale uitzendbureaus plaatsgevonden. Sociale partners dringen al enige tijd aan op strenger toezicht, en een harde aanpak van de illegale praktijken. Langzamerhand raakten ook de opeenvolgende kabinetten overtuigd van de noodzaak om maatregelen te treffen. Per 1 januari 2010 is de zogenoemde ketenaansprakelijkheid ingevoerd voor niet-gecertificeerde uitzendbureaus. Deze houdt in dat niet alleen het betreffende uitzendbureau, maar ook de inlener hoofdelijk aansprakelijk is voor betaling van het wettelijk minimumloon. Per 1 januari is een registratieplicht voor uitzendbureaus ingevoerd. Uitzendbureaus die niet staan ingeschreven bij het Handelsregister, alsook de bedrijven die personeel via deze uitzendbureaus inhuren, krijgen een boete. Daarnaast worden de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie verplicht om informatie door te geven aan erkende certificerende instellingen die verantwoordelijk zijn voor de certificering van uitzendbureaus. Ter uitvoering van Richtlijn 2008/104/EG wordt de gelijke behandelingsnorm voor uitzendkrachten uitgebreid, en krijgen ondernemingsraden uitgebreider informatierechten over de inschakeling van uitzendkrachten in hun onderneming.

Bestrijding arbeidsuitbuiting

Per 1 januari 2010 zijn verschillende inspectiediensten van het ministerie van SZW samengevoegd. Doelstelling, aldus het ministerie is vergroting van de effectiviteit van bestrijding van fraude en uitbuiting op arbeidsmarkt. Er komt extra aandacht voor de zogenoemde faciliteerders, een belangrijke schakel tussen de legale en de illegale wereld. Daartoe behoren witwassers, stromannen, tussenpersonen voor de entree tot Nederland en bemiddelingsbureaus. De controles op illegaal werk zullen worden geïntensiveerd, vooral in sectoren als de uitzendbranche, horeca, land- en tuinbouw en schoonmaak. Bedrijven die de wet overtreden kunnen worden stilgelegd en de maximumboetes worden verhoogd.

Een andere maatregel ter bestrijding van arbeidsuitbuiting is een verduidelijking van het rechtsvermoeden in de wet minimumloon.

Collectief ontslag

De wettelijke regeling voor collectief ontslag wordt aangescherpt. Per i maart 2012 worden ook werknemers die met de werkgever een zogenoemde beëindigingsovereenkomst over het einde van hun dienstverband hebben afgesloten meegeteld voor de vraag of er sprake is van collectief ontslag in de zin van Richtlijn 98/59/EG. Met deze aanpassing van de Wet melding collectief ontslag wordt een lacune in de implementatie van genoemde richtlijn in de Nederlandse wet opgevuld. Met name vakbonden hadden aangedrongen op uitbreiding van de werkingssfeer, omdat in hun ogen werkgevers via beëindigingsovereenkomsten steeds vaker de wet omzeilden, waardoor ook de rol van de vakbonden en ondernemingsraden bij collectief ontslag werd gemarginaliseerd.

Beëindiging experiment om jongeren vaker een tijdelijke aanstelling te geven.

In december 2011 kondigde de minister van Sociale en Werkgelegenheid (SZW) aan dat de mogelijkheid om aan jongeren tot 27 jaar vier maal een tijdelijk contract aan te bieden, wordt geschrapt. Deze mogelijkheid was ingevoerd op 9 juli 2009 om jongeren gedurende de crisis langer aan het werk te houden. Uit onderzoek is gebleken dat de impact van de maatregel beperkt is geweest. Na intrekking is het maximum aan tijdelijke contracten, net als voor de overige werknemers, weer drie.

Overige wetgeving en wetsvoorstellen

Enige maanden na de deadline van 9 juli 2011 is de richtlijn Europese ondernemingsraden geïmplementeerd. Op het laatste moment is de bepaling over wat moet worden verstaan onder transnationale aangelegenheden nog aangepast aan de definitie in de Richtlijn.

Per 1 januari 2012 is de wettelijke regeling inzake de opbouw van vakantierechten tijdens ziekte aangepast. Zieke werknemers bouwen voortaan dezelfde (wettelijke geregelde) minimumhoeveelheid vakantiedagen op als de overige werknemers. De wijziging vloeit voort uit enkele in 2009 door het Hof van Justitie gewezen arresten (de zaken C-350/06 Schultz-Hoff, Stringer C-520/06 en Pereda C-277/08. Tegelijk wordt de vervaltermijn van het wettelijk minimum aan vakantiedagen (twintig per jaar] beperkt tot achttien maanden. Deze vervaltermijn geldt nadrukkelijk niet voor bovenwettelijke vakantiedagen. Over de nieuwe regels is inmiddels een conflict ontstaan tussen de werkgeversorganisaties en de vakcentrales. De vakbeweging wil in CAO’s afspraken maken om het huidige systeem (verjaringstermijn van vijf jaar) te handhaven, ook voor het wettelijk minimum. De wet staat dat toe, maar de werkgevers zijn hier sterk op tegen.

Aanhangig zijn nog verschillende wetsvoorstellen over de modernisering van regelingen voor verlof en arbeidstijden en over (beperking van) de beloning van topfunctionarissen.

Robbert van het Kaar, University of Amsterdam

Useful? Interesting? Tell us what you think. Hide comments

Eurofound welcomes feedback and updates on this regulation

Reactie toevoegen