Sociale mobiliteit in de EU

EU-burgers maken zich er in toenemende mate zorgen over dat de jongeren van vandaag minder mogelijkheden hebben voor opwaartse sociale mobiliteit dan de generatie van hun ouders. In dit verslag worden patronen van intergenerationele sociale mobiliteit in de EU-landen in kaart gebracht. Het verslag bekijkt eerst de absolute sociale mobiliteit (hoe samenlevingen zijn veranderd in de zin van structurele veranderingen en veranderingen in beroepen, en maatschappelijke vooruitgang). Vervolgens richt het zich op de relatieve sociale mobiliteit oftewel 'sociale fluïditeit' (de mogelijkheden die individuen hebben om zich tussen beroepsklassen te bewegen). Het verhaal van de recente sociale mobiliteit wordt verkend aan de hand van gegevens uit de European Social Survey (ESS) en bevindingen van het netwerk van Europese correspondenten van Eurofound in de verschillende EU-lidstaten. In het verslag wordt tevens de huidige beleidsdiscussie geanalyseerd en wordt onderzocht in welke mate sociale mobiliteit is voorgekomen op beleidsagenda's in verschillende lidstaten, en op welke manier het is geframed en besproken. Er wordt vervolgens gekeken naar belemmeringen voor gelijke kansen en beleid ter bevordering ervan. Ten slotte wordt de aandacht gericht op ontwikkelingen van de laatste tien jaar die sociale mobiliteit zouden kunnen bevorderen in de kindertijd en voor- en vroegschoolse educatie, op school en in het tertiair onderwijs, en op de arbeidsmarkt.

Useful? Interesting? Tell us what you think. Hide comments

Reactie toevoegen