Eurofounds methode voor de uitvoering van enquêtes

Het doel van de enquêtes van Eurofound is het leveren van hoogwaardige informatie over de kwaliteit van de levens- en arbeidsomstandigheden in Europa. Om dit doel te bereiken is elke enquête gericht op een andere doelgroep om specifieke informatie te verkrijgen.

Bij de Europese enquête naar de arbeidsomstandigheden worden vragen voorgelegd aan werknemers om inzicht te krijgen in de kwaliteit van werk en werkgelegenheid. De Europese bedrijvenenquête is gericht op managers en werknemersvertegenwoordigers en heeft als doel informatie te verzamelen over praktijken op het werk. In de Europese enquête over de kwaliteit van het bestaan worden Europese burgers ondervraagd om een beeld te krijgen van levensomstandigheden en percepties van de kwaliteit van het bestaan.

Hoewel deze enquêtes van elkaar verschillen wat de doelgroepen betreft, streeft Eurofound ernaar de methode zoveel mogelijk te harmoniseren en ervoor te zorgen dat lessen die geleerd worden in de ene enquête ook worden verwerkt in de andere.

Net als bij alle onderzoeksprojecten worden zowel partners van Eurofound als deskundigen op het desbetreffende terrein betrokken bij de ontwikkeling, de uitvoering en de evaluatie van elke editie van elke enquête, om zo de relevantie voor Europese en nationale beleidsmakers en sociale partners te waarborgen.

Eurofound streeft ernaar te waarborgen dat met alle enquêtevragen daadwerkelijk datgene in kaart wordt gebracht wat zij in kaart wil brengen (validiteit) en betrekt daartoe deskundigen bij de ontwikkeling van de vragenlijsten en nationale deskundigen bij het vertaalproces.

Eurofound streeft ernaar de consistentie van onderzoeksmetingen (betrouwbaarheid) te waarborgen door zorgvuldig representatieve steekproeven te trekken, door vragenlijsten optimaal te beheren met geavanceerde technologie, door ervaren enquêteurs te werven en uitgebreide training te geven voor het afnemen van enquêtes en het coderen, en ook door nauwgezette controle van de verzamelde data, zorgvuldig uitgewerkte wegingen en een goede analyse.

De inzet van Eurofound voor het produceren van hoogwaardige informatie komt bovendien tot uiting in haar strategie voor kwaliteitsborging van onderzoeken.

Steekproeven

Of het nu gaat om het verzamelen van informatie over Europese burgers, werknemers of bedrijven, het is niet haalbaar om de hele doelgroep te ondervragen. Er wordt een steekproef getrokken die zo representatief mogelijk is voor de totale doelgroep.

Eurofound streeft ernaar steekproefkaders van de hoogst mogelijke kwaliteit te gebruiken. Zij probeert in elk land een register te vinden dat ten minste 95% van de doelpopulatie bevat. Voor de ECS moeten deze registers bij voorkeur contactgegevens van vestigingen en dergelijke van ondernemingen bevatten. Voor de EWCS en de EQLS bevatten de registers gewoonlijk adresgegevens van huishoudens en soms van individuele personen. Bij de EWCS en de EQLS wordt, wanneer een dergelijk register niet voorhanden is, met behulp van een zogeheten ‘aselecte route’-procedure een lijst van mogelijke respondenten gegenereerd.

Eurofound streeft ernaar steekproeven te trekken die groot genoeg zijn om valide resultaten te verkrijgen op het niveau van de afzonderlijke landen en die de spreiding van de Europese populatie voldoende weerspiegelen om generalisaties te kunnen maken voor Europa als geheel. Voor het eerstgenoemde doel moet de steekproef voor een land ten minste 1 000 respondenten omvatten om de foutmarge tot een acceptabel niveau te beperken. Voor het tweede doel zijn in de meest recente edities van de EWCS en EQLS in grotere landen grotere steekproeven gebruikt.

Codering

Soms is het nodig om open vragen te stellen, dat wil zeggen vragen waarbij niet rechtstreeks kan worden gekozen uit een reeks vooraf gegeven antwoordmogelijkheden. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij het bepalen van de bedrijfstak. De enquêteur noteert dan eerst gedetailleerd het gegeven antwoord en kent hieraan later een code toe overeenkomstig de Europese statistische nomenclatuur van economische activiteiten (NACE).

Codering is in het algemeen nodig voor open vragen over inkomen, het niveau van het genoten onderwijs van respondenten (via ISCED) en de regio waar zij wonen (via NUTS).

Weging

Wanneer het veldwerk is voltooid, moeten wegingsfactoren worden toegepast op de gegevensbestanden om diverse mogelijke oorzaken van onevenwichtigheid in de steekproef te compenseren. Zo moet er statistisch rekening mee worden gehouden dat verschillende mensen een verschillende kans hebben om voor de enquête te worden geselecteerd. Hoe groter de eenheid (huishouden/bedrijf) waarvan mensen deel uitmaken, hoe kleiner de kans dat zij worden geïnterviewd. Ook verschillen in de bereidheid om deel te nemen aan een enquête kunnen ertoe leiden dat bepaalde groepen respondenten ondervertegenwoordigd zijn. De verschillen tussen landen wat betreft de omvang van hun beroepsbevolking, worden niet (volledig) weerspiegeld in de omvang van de steekproef in elk land. Daarom wordt met behulp van wegingsfactoren gezorgd dat grotere landen zwaarder meewegen in de resultaten op EU-niveau.

De Europese arbeidskrachtenenquête (Labour Force Survey - LFS) wordt vaak gebruikt als een bron van referentiegegevens om te beoordelen in hoeverre de gegevens representatief zijn voor de populatie.

De algemene methode wordt aangepast aan de specifieke eisen van elke enquête - meer informatie is verkrijgbaar op de afzonderlijke onderzoekspagina's.