EWCS 2010 - Wegingen

Net als in vorige edities van de EWCS moeten er drie soorten wegingen worden toegepast om ervoor te zorgen dat resultaten gebaseerd op de data van de vijfde EWCS kunnen worden beschouwd als representatief voor werkenden in Europa.

  1. Weging in verband met selectiekans
    Als gevolg van het gekozen steekproefontwerp hebben mensen in huishoudens met minder werkenden een grotere kans om in de steekproef te komen dan mensen in huishoudens met meer werkenden. In een huishouden waar één persoon een baan heeft, is de waarschijnlijkheid dat deze persoon wordt geselecteerd 100%, en die waarschijnlijkheid daalt naar 50% voor personen in een huishouden waar twee mensen een baan hebben. Om dit effect te corrigeren worden wegingen in verband met selectiekans (of ontwerpwegingen) uitgewerkt.
  2. Poststratificatiewegingen
    Als gevolg van de verschillen in bereidheid tot en beschikbaarheid voor deelname aan de enquête zijn sommige groepen oververtegenwoordigd en andere groepen ondervertegenwoordigd in de EWCS-steekproef. Om te waarborgen dat de uitkomsten een juiste weerspiegeling zijn van de werkende bevolking in elk land, zijn poststratificatiewegingen noodzakelijk. De wegingen worden berekend door de EWCS ten aanzien van geslacht, leeftijd, regio, beroep en sector van economische bedrijvigheid van de respondenten te vergelijken met de arbeidskrachtenenquête van Eurostat.
  3. Supranationale wegingen
    De verschillen tussen de diverse landen wat betreft de omvang van hun beroepsbevolking worden niet (volledig) weerspiegeld in de omvang van de steekproef in elk afzonderlijk land. Om te waarborgen dat grotere landen zwaarder meewegen in de uitkomsten op EU-niveau, moeten bij het uitvoeren van analyses op dat niveau supranationale wegingen worden toegepast.

Raadpleeg voor meer informatie het Weighting Report, [.pdf, 3.7MB, alleen in het Engels].