Overslaan en naar de inhoud gaan
Abstract

Eerder onderzoek van Eurofound ontwikkelde drie complementaire instrumenten om de dynamiek van arbeidsverhoudingen te onderzoeken en te vergelijken hoe nationale systemen van arbeidsverhoudingen het doen in termen van kwaliteit en verandering in de loop van de tijd. Deze instrumenten zijn een dashboard van indicatoren, een index voor het meten van de prestaties van landen op het gebied van de arbeidsverhoudingen als geheel, vier essentiële aspecten en subaspecten, en een typologie van stelsels van arbeidsverhoudingen op basis van prestaties in de industriële democratie en relevante kenmerken van stelsels van arbeidsverhoudingen.

Dit verslag bouwt voort op dit eerdere onderzoek en heeft drie hoofddoelstellingen: het herzien en actualiseren van de index van elk van de vier essentiële aspecten voor 2018-2021 op basis van nieuwe gegevens en indicatoren; het analyseren van convergentietrends in het essentiële aspect industriële democratie van 2008 tot en met 2021 in alle nationale stelsels van arbeidsverhoudingen; en het actualiseren van de typologie van stelsels van arbeidsverhoudingen om bij te dragen tot de grensoverschrijdende analyse van relevante veranderingspatronen van 2008 tot 2021, met name met betrekking tot collectieve onderhandelingen.

Key messages

•    Nieuwe bevindingen leveren concreet materiaal op voor beleidsmakers om de versterking van de arbeidsverhoudingen te bevorderen in landen waar de prestaties op dit vlak slechter zijn, waarbij zes lidstaten (Denemarken, Duitsland, Finland, Nederland, Oostenrijk en Zweden) aantonen dat het in een systeem van volwassen arbeidsverhoudingen mogelijk is om efficiëntie, rechtvaardigheid en inspraak te combineren. Bovenaan staand in de algemene index voor arbeidsverhoudingen behoren deze landen tot de zeven beste presterende op het gebied van de index voor industriële democratie en de index voor industrieel concurrentievermogen, en komen zij in de top acht van de index voor sociale rechtvaardigheid.

•    De analyse op lange termijn van de index voor industriële democratie tussen 2008 en 2021 laat een zeer gematigde trend van opwaartse divergentie zien, wat betekent dat de gemiddelde score van de EU-27 licht is gestegen en de verschillen tussen landen grotendeels gelijk bleven. Dit is het resultaat van twee tegengestelde en vrij uitgesproken trends: een aanvankelijke neerwaartse divergentie die sinds 2013-2017 is omgebogen door een opwaartse convergentie.

•    De geactualiseerde indexen van industriële democratie en arbeidsverhoudingen als geheel over de periode 2018-2021 laten een tamelijk gepolariseerd beeld zien, waarbij kleine groepen landen zeer goed of zeer slecht presteren. De verschillen tussen de landen zijn minder uitgesproken in de andere essentiële aspecten – industrieel concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en kwaliteit van werk en werkgelegenheid.

•    Twaalf landen vertonen redelijk stabiele trends rond het EU-27-gemiddelde van de index voor industriële democratie van 2008 tot 2021 (België, Cyprus, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Kroatië, Roemenië, Slowakije, Spanje en Tsjechië). De andere 15 landen wijken aanzienlijk af van het EU-27-gemiddelde en volgen convergerende of divergerende trends.

•    De nieuwe bevindingen en analyse benadrukken de beperkingen van de bestaande gegevens over arbeidsverhoudingen en industriële democratie en de indicatoren die worden gebruikt om ze te meten. Het toenemende politieke belang van arbeidsverhoudingen en industriële democratie vereist een gezamenlijke inspanning om vergelijkbare en kwalitatief hoogwaardige gegevens te verzamelen over de dekking van collectieve onderhandelingen.

Executive summary

Dit verslag bouwt voort op eerdere studies van Eurofound, waarin een conceptueel kader voor het in kaart brengen van arbeidsverhoudingen is ontwikkeld en vier essentiële aspecten zijn vastgesteld: industriële democratie, industrieel concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en kwaliteit van werk en werkgelegenheid. Het verslag is bedoeld om de Eurofound-studie van 2018 te actualiseren, die zich specifiek richtte op industriële democratie. Het heeft drie hoofddoelstellingen: het actualiseren van de indexen van de vier essentiële aspecten voor 2018-2021; het ontwikkelen van een analyse op lange termijn van de index voor industriële democratie van 2008 tot en met 2021, met name met betrekking tot de tendensen in nationale stelsels van arbeidsverhoudingen in termen van convergentie in de EU; en het actualiseren van de typologie van het systeem van arbeidsverhoudingen van de industriële democratie, teneinde bij te dragen tot een grensoverschrijdende analyse van evoluerende trends en veranderingspatronen tussen 2008 en 2021.

Belangrijke aspecten van de methodologische aanpak zijn het gebruik van gegevens van hoge kwaliteit (toepassing van strenge conceptuele en statistische kwaliteitscriteria bij de beoordeling en verfijning van de indicatoren); het volgen van de methodologie voor het opstellen van indexen die is ontwikkeld door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Europese Commissie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling; en het volgen van de methodologie van Eurofound voor het analyseren van convergentietrends in de industriële democratie.

 

Beleidscontext

De beleidscontext wordt gekenmerkt door de gevolgen van de COVID-19-pandemie en de oorlog in Oekraïne, die een bedreiging vormen voor het huidige economische herstel in Europa. De recente oorlogsuitbraak tussen Israël en Hamas zal de groei waarschijnlijk verder destabiliseren.

De EU-instellingen hebben NextGenerationEU goedgekeurd, een tijdelijk financieel instrument van 806,9 miljard EUR om het herstel te stimuleren door de uitgifte van gemeenschappelijk Europees schuldpapier, waarbij de herstel- en veerkrachtfaciliteit de lidstaten 672,5 miljard EUR voor investeringen en hervormingen verstrekt.

De oorlog in Oekraïne heeft een enorme humanitaire crisis veroorzaakt en geleid tot een scherpe stijging van de prijzen van essentiële goederen, waardoor het risico op armoede in Europa toeneemt en de economische groei wordt afgeremd. In een poging om de gevolgen van de oorlog te verzachten, hebben de EU-instellingen de regels van het stabiliteits- en groeipact opgeschort tot eind 2023. Dit heeft de landen van de eurozone in staat gesteld om discretionaire fiscale maatregelen te ontwikkelen om de stijgende energiekosten te beteugelen, de defensiecapaciteit te vergroten en de vluchtelingencrisis aan te pakken.

De arbeidsverhoudingen in de EU worden ondersteund door de Europese pijler van sociale rechten, die tot doel heeft het recht van werknemers op fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en een goede werkomgeving te versterken. De pijler bevestigt de inzet van de EU voor bipartiete sociale dialoog en de onderhandelingen over collectieve overeenkomsten tussen de sociale partners. De voor 2024 geplande top van de sociale partners in Val Duchesse houdt een voortzetting in van de bevordering van de sociale dialoog op EU-niveau.

De rol van collectieve onderhandelingen in het kader van het EU-model van arbeidsverhoudingen is versterkt door de richtlijn betreffende toereikende minimumlonen in de EU. Het hoofddoel is een kader vast te stellen om de toereikendheid van wettelijke minimumlonen te verbeteren en de effectieve toegang van werknemers tot minimumloonbescherming te vergroten. De richtlijn bevordert uitdrukkelijk collectieve onderhandelingen en erkent dat sterke en inclusieve collectieve-onderhandelingsstelsels belangrijk zijn om een toereikende bescherming van het minimumloon te waarborgen. De richtlijn werd gevolgd door een mededeling van de Commissie en een voorstel voor een aanbeveling van de Raad, beide gericht op de bevordering van de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen. De richtlijn legt de lat voor collectieve onderhandelingen vrij hoog en stelt voor dat de lidstaten streven naar een dekkingsgraad van collectieve onderhandelingen van ten minste 80 %.

 

Belangrijkste bevindingen

•    De geactualiseerde indexen van industriële democratie en arbeidsverhoudingen als geheel laten een gepolariseerd beeld zien, waarbij kleine groepen lidstaten zeer goed of zeer slecht presteren. De verschillen tussen de landen zijn minder uitgesproken in de andere essentiële aspecten.

•    De analyse op lange termijn van de index voor industriële democratie tussen 2008 en 2021 laat een zeer gematigde trend van opwaartse divergentie zien, wat betekent dat de gemiddelde score van de EU-27 licht is gestegen en de verschillen tussen landen grotendeels gelijk bleven. Dit is het resultaat van een aanvankelijke neerwaartse divergentie tot 2013-2017 (toen het gemiddelde daalde en de verschillen tussen de lidstaten toenamen), die vervolgens werd omgebogen door een opwaartse convergentie.

•    Twaalf landen vertonen redelijk stabiele trends rond het EU-27-gemiddelde van de index voor industriële democratie van 2008 tot 2021 (België, Cyprus, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Kroatië, Roemenië, Slowakije, Spanje en Tsjechië).

•    Negen landen vertonen convergentie. Van deze landen maken Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Polen en Portugal een inhaalslag (hun scores lagen aanvankelijk lager dan het EU-gemiddelde, maar ze groeien nu sneller en de kloof neemt af). Voor Denemarken, Nederland en Slovenië waren de scores aanvankelijk hoger dan het EU-gemiddelde, maar ze nemen af en bewegen zich zo in de richting van het stijgende EU-gemiddelde.

•    Zes landen vertonen divergentie. Van deze landen hadden Finland, Luxemburg, Oostenrijk en Zweden aanvankelijk hogere scores dan het EU-gemiddelde, en hun gemiddelden groeien sneller dan het EU-gemiddelde. De scores van Hongarije en Malta waren aanvankelijk lager dan het EU-gemiddelde en nemen af.

•    De geactualiseerde typologie van de industriële democratie (2008-2021) toont vier clusters van lidstaten.

•    De op industriële democratie gebaseerde bestuurscluster omvat Denemarken, Duitsland, Finland, Nederland, Oostenrijk en Zweden. Deze lidstaten zijn de best presterende lidstaten op het gebied van industriële democratie en hebben een hoge centralisatie van collectieve onderhandelingen, een hoge mate van coördinatie en routinematige betrokkenheid van de sociale partners bij de beleidsvorming. Deze cluster vertoont een significante afwijking van het EU-27-gemiddelde en volgt een convergerend patroon. De prestaties waren aanvankelijk hoger dan het EU-gemiddelde, maar stegen langzamer.

•    De marktgeoriënteerde bestuurscluster heeft zeer weinig resultaten geboekt op het gebied van industriële democratie en kent ongecoördineerde en gedecentraliseerde systemen voor collectieve onderhandelingen. Deze cluster omvat de liberale landen (Cyprus, Ierland en Malta), de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen), Bulgarije en Polen. Vanaf 2013-2017 maken Griekenland en Roemenië hun intrede in deze groep. Deze cluster vertoont een significante afwijking van het EU-27-gemiddelde en volgt een afwijkend patroon. Haar prestaties waren aanvankelijk lager dan het EU-gemiddelde en zij groeit langzamer, waardoor de kloof in de loop van de tijd groter wordt.

•    De overheidsgerichte bestuurscluster en de bedrijfsgerichte bestuurscluster, die de overige lidstaten omvatten, presteren gemiddeld op het gebied van industriële democratie. Beide clusters vertonen vrij stabiele trends rond het EU-27-gemiddelde.

•    Deze resultaten weerspiegelen een gefragmenteerd of verdeeld model van arbeidsverhoudingen, met winnaars en verliezers. Sommige landen in Zuid- en Oost-Europa herstellen zich echter langzaam van de gevolgen van de economische crisis van 2008-2012.

 

Beleidsadviezen

•    De analyse benadrukt de beperkingen van de bestaande gegevens over arbeidsverhoudingen en industriële democratie en de indicatoren die worden gebruikt om ze te meten. De beschikbare indicator voor de dekking van collectieve onderhandelingen voldoet niet volledig aan de kwaliteitscriteria vanwege problemen met de vergelijkbaarheid. Andere kwaliteitskwesties spelen bij de indicatoren van de sociale dialoog op macro- en ondernemingsniveau en van overheidsingrijpen in collectieve onderhandelingen.

•    Er moet een gezamenlijke inspanning worden geleverd om vergelijkbare en hoogwaardige gegevens te verzamelen over de dekking van collectieve onderhandelingen (die van toenemend politiek belang is) en over andere gebieden die verband houden met arbeidsverhoudingen en industriële democratie. De indicatoren moeten gebaseerd zijn op heldere, op Europees niveau afgesproken definities, zodat de gegevens tussen landen kunnen worden vergeleken. Er moeten regelmatig gegevens worden verzameld, zodat analyse op lange termijn mogelijk wordt.

•    De gebruikte onderzoeksinstrumenten vormen een aanvulling op de analyse van de dynamiek van en veranderingen in de nationale stelsels van arbeidsverhoudingen. Ze moeten regelmatig worden bijgewerkt om bij te dragen aan meer systematische monitoring en om vergelijkende analyses van evoluerende trends in arbeidsverhoudingen te bevorderen.

•    De Europese Commissie, de sociale partners op EU- en nationaal niveau, de nationale overheden en de EU-agentschappen worden uitgenodigd om te proberen de leemten op te vullen die verband houden met vergelijkbare en hoogwaardige gegevens waarmee de kwaliteit en veranderingspatronen van arbeidsverhoudingen in de EU-27 worden gemeten.

•    De bevindingen leveren concreet materiaal op voor beleidsmakers bij het bevorderen van de versterking van de arbeidsverhoudingen in de lidstaten waar de prestaties op dit vlak slechter zijn. De scores van de zes lidstaten van de op industriële democratie gebaseerde cluster lijken te bewijzen dat het in een systeem van ‘goede’ en volwassen arbeidsverhoudingen mogelijk is om efficiëntie, rechtvaardigheid en inspraak te combineren. Deze landen staan bovenaan in de algemene index voor arbeidsverhoudingen, behoren tot de zeven best presterende landen op de indexen voor industriële democratie en industrieel concurrentievermogen en behoren tot de acht best presterende landen op de index voor sociale rechtvaardigheid.
 

The report contains the following lists of tables and figures.

List of tables

  • Table 1: Quality assessment of the indicators – Conceptual and statistical criteria
  • Table 2: Industrial Democracy Index 2008–2017 – Subdimensions, indicators, sources and quality assessment
  • Table 3: Efficiency Index and Equity Index indicators, Kim et al (2015)
  • Table 4: Industrial Relations Index, Ounnas (2022) – Dimensions and indicators
  • Table 5: Economic Democracy Index, Cumbers et al (2023) – Dimensions and indicators
  • Table 6: Associational Governance Index and State Governance Index, Meardi (2018) – Dimensions and indicators
  • Table 7: Corporatism Index, Jahn (2016) – Dimensions and indicators
  • Table 8: CLF index, Metten (2021) – Power resources and variables
  • Table 9: Industrial Democracy Index – New indicators for revised dashboard, 2018–2021
  • Table 10: Industrial Competitiveness Index 2018 – Subdimensions, indicators, sources and quality assessment
  • Table 11: GCI (edition 2017–2018), Schwab (2017) – Subindices and pillars
  • Table 12: Main differences between the GCI (edition 2017–2018) and GCI 4.0 (edition 2018)
  • Table 13: RCI, Annoni and Dijkstra (2019) – Subindices and pillars
  • Table 14: Industrial Competitiveness Index – New indicators for revised dashboard, 2018–2021
  • Table 15: Social Justice Index 2018 – Subdimensions, indicators, sources and quality assessment
  • Table 16: SJI, Bertelsmann Stiftung Foundation – Subdimensions and indicators
  • Table 17: Social Justice Index – New indicators for revised dashboard, 2018–2021
  • Table 18: Quality of Work and Employment Index 2018 – Subdimensions, indicators, sources and quality assessment
  • Table 19: Quality of work and employment – Conceptual approaches
  • Table 20: Extrinsic and intrinsic work quality indices
  • Table 21: Job quality dimensions and indicators of demands and resources
  • Table 22: Quality of Work and Employment Index – New indicators for dashboard, 2018–2021
  • Table 23: Measurement framework of the Industrial Relations Index, 2018–2021
  • Table 24: Methods used to calculate the Industrial Relations Index, 2018–2021
  • Table 25: Industrial Democracy Index scores and absolute variation, by Member State and year range, 2008–2021
  • Table 26: Industrial Democracy Index scores, by subdimension and Member State, 2008–2021
  • Table 27: General trend at EU level – Upward/downward convergence/divergence
  • Table 28: Upward/downward convergence/divergence patterns
  • Table 29: Examples of significant versus non-significant patterns
  • Table 30: Industrial Democracy Index – Mean and standard deviation, EU27, 2008–2021
  • Table 31: Industrial democracy convergence patterns in the Member States, 2008–2021
  • Table 32: Industrial democracy contextual indicators 2018, sources and quality assessment
  • Table 33: Industrial democracy clusters, EU27, 2008–2021
  • Table 34: Industrial democracy typology  Scores and absolute variation by cluster, EU27, 2008–2021
  • Table 35: Industrial Democracy Index – Mean and standard deviation by cluster, EU27, 2008–2021
  • Table A1: Outcomes of the quality assessment of the indicators included in the Eurofound (2018a) Industrial Relations Index measurement framework
  • Table A2: Quality assessment of indicator I4, 2008–2021
  • Table A3: PCA results – Industrial democracy
  • Table A4: PCA results – Industrial competitiveness
  • Table A5: PCA results – Social justice
  • Table A6: PCA results – Quality of work and employment
  • Table A7: Convergence and divergence patterns
  • Table A8: Quality assessment of contextual indicators C3 and C4
  • Table A9: PCA results  Industrial democracy typology, 2008–2021


List of figures

  • Figure 1: Compass of good industrial relations
  • Figure 2: RCI 2.0 (2022 edition) scores, EU Member States
  • Figure 3: Dimensions and indicators of job quality
  • Figure 4: Industrial Relations Index – Distribution of differences in country ranks between chosen formula and other formulae
  • Figure 5: Industrial Relations Index scores, EU and Member States, 2018–2021
  • Figure 6: Industrial Democracy Index scores, EU and Member States, 2018–2021
  • Figure 7: Industrial Competitiveness Index scores, EU and Member States, 2018–2021
  • Figure 8: Social Justice Index scores, EU and Member States, 2018–2021
  • Figure 9: Quality of Work and Employment Index scores, EU and Member States, 2018–2021
  • Figure 10: Industrial Democracy Index – Mean and standard deviation, EU27, 2008–2021
  • Figure 11: Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns, EU Member States, 2008–2021
  • Figure 12: Industrial democracy clusters, EU27, 2008–2021
  • Figure 13: Industrial Democracy Index – Mean and standard deviation by cluster, EU27, 2008–2021
  • Figure 14: Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns by cluster, EU27, 2008–2021
  • Figure 15: Cluster 1 – Mean and standard deviation on Industrial Democracy Index, 2008–2021
  • Figure 16: Cluster 1 – Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns, 2008–2021
  • Figure 17: Cluster 2 – Mean and standard deviation on Industrial Democracy Index, 2008–2021
  • Figure 18: Cluster 2 – Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns, 2008–2021
  • Figure 19: Cluster 3 – Mean and standard deviation on Industrial Democracy Index, 2008–2021
  • Figure 20: Cluster 3 – Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns, 2008–2021
  • Figure 21: Cluster 4 – Mean and standard deviation on Industrial Democracy Index, 2008–2021
  • Figure 22: Cluster 4 – Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns, 2008–2021
  • Figure A1: Hierarchical cluster analysis of industrial democracy, EU27, 2008–2021
  • Figure A2: Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns in the EU Member States, 2008–2021
  • Figure A3: Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns in the EU27 clusters, 2008–2021
  • Figure A4: Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns in the Member States in Cluster 1, 2008–2021
  • Figure A5: Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns in the Member States in Cluster 2, 2008–2021
  • Figure A6: Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns in the Member States in Cluster 3, 2008–2021
  • Figure A7: Industrial Democracy Index – Convergence and divergence patterns in the Member States in Cluster 4, 2008–2021
Number of pages
112
Reference nº
EF23008
ISBN
978-92-897-2376-3
Catalogue nº
TJ-02-23-217-EN-N
DOI
10.2806/09130
Permalink

Cite this publication

Disclaimer

When freely submitting your request, you are consenting Eurofound in handling your personal data to reply to you. Your request will be handled in accordance with the provisions of Regulation (EU) 2018/1725 of the European Parliament and of the Council of 23 October 2018 on the protection of natural persons with regard to the processing of personal data by the Union institutions, bodies, offices and agencies and on the free movement of such data. More information, please read the Data Protection Notice.