Betrokkenheid van werkgeversorganisaties en vakbonden in het Europees Semester in 2024–2025
Gepubliceerd: 31 August 2026
Gegevens: één figuur and 44 tabellen
Dit rapport bekijkt hoe nationale werkgeversorganisaties en vakbonden betrokken waren bij verschillende aspecten van het Europees Semester van 2024 tot 2025. Het onderzoekt of zij zijn geraadpleegd of geïnformeerd door hun nationale regeringen over de middellange termijn fiscaal-structurele plannen (MTFSP's) die eind 2024 zijn ingediend. Een vergelijkbare analyse wordt uitgevoerd voor de voortgangsrapporten van 2025 over de implementatie van MTFSP's. De bevindingen geven aan dat de betrokkenheid van sociale partners bij MTFSP's en de jaarlijkse voortgangsrapporten van 2025 als beperkt wordt beschouwd. Dit staat in scherp contrast met de fact-finding missies georganiseerd door de Europese Commissie, waarbij nationale sociale partnerorganisaties een grotere betrokkenheid rapporteerden. Dit rapport onderzoekt ook de prioriteiten en capaciteiten van nationale sociale partnerorganisaties om bij te dragen aan het gehele Europese Semesterproces, naast de betrokkenheid van Europese sociale partners. Methodologische overwegingen over hoe informatie werd verzameld helpen bij de interpretatie van de gepresenteerde bevindingen.
Houd er rekening mee dat de meeste publicaties van Eurofound uitsluitend in het Engels beschikbaar zijn en momenteel niet automatisch worden vertaald.
De betrokkenheid van sociale partners in het Europees Semester blijft ongelijk tussen de lidstaten en tussen processen. Vakbonden en werkgeversorganisaties nemen op verschillende fasen deel, met aanzienlijke variatie in de omvang en kwaliteit van hun betrokkenheid.
Consultatie over de nieuwe fiscale plannen beperkt zich vaak tot informatie-uitwisseling of is grotendeels formeel in plaats van betekenisvolle betrokkenheid. Hoewel sommige regeringen innovatieve benaderingen rapporteerden, meldden alleen een vakbond op Malta en werkgeversorganisaties in Oostenrijk, Bulgarije, Tsjechië en Frankrijk dat hun deelname zinvol was.
Het perspectief van sociale partners op hun betrokkenheid varieert, afhankelijk van of nationale regeringen of de Europese Commissie verantwoordelijk zijn voor hun betrokkenheid. Zij beoordelen hun betrokkenheid positiever in door de Commissie geleide processen, zoals fact-finding missies, landrapporten en landspecifieke aanbevelingen, dan in door de overheid geleide fiscaal-structurele plannen en jaarlijkse voortgangsrapporten.
Beperkte capaciteit en de complexiteit van het Europees Semester blijven de betekenisvolle betrokkenheid van sociale partners beperken. Sociale partners melden de behoefte aan meer expertise, stabiele middelen en duidelijkere informatie, hoewel EU-financiering al capaciteitsopbouw ondersteunt. Niet alle sociale partners zijn nog bekend met het nieuw opgerichte Social Convergence Framework.
De meeste werkgeversorganisaties en vakbonden verwachten meer betrokken te raken bij het Europees Semester. Met meer betrokkenheid van sociale partners en gestructureerde feedbackmechanismen zal het eigendom, de legitimiteit en effectiviteit van het Europees Semester naar verwachting verbeteren.
Eurofound heeft een lange traditie in het monitoren van de betrokkenheid van sociale partners in het Europees Semester. Onlangs zijn er enkele nieuwe elementen toegevoegd aan het Europees economisch governancekader. Eind 2024 dienden overheden voor het eerst middellange termijn fiscal-structurele plannen (MTFSP's) in. Ook produceerden zij voor het eerst jaarlijkse voortgangsrapporten (APR's) over de uitvoering van hun MTFSP's in 2025. De oprichting van het Social Convergence Framework (SCF) is een andere ontwikkeling. Tegelijkertijd bleven de goed gevestigde praktijken van het uitvoeren van het European Semester fact-finding missies en het produceren van gerelateerde landenrapporten en landspecifieke aanbevelingen door.
Dit rapport onderzoekt hoe sociale partners betrokken waren bij deze aspecten van het Europees Semester. Het combineert informatie uit documentanalyses en deskundige interviews met informatie die rechtstreeks wordt verstrekt door nationale overheden en door vertegenwoordigers van nationale werkgeversorganisaties en vakbonden. De informatie wordt geanalyseerd vanuit een vergelijkend perspectief en wordt samengevat voor elke EU-lidstaat in landprofielen.
In april 2024 trad een nieuw Europees kader voor de coördinatie van macro-economisch bestuur in werking met de uitvoering van Verordening (EU) 2024/1263. Deze verordening bevat in artikel 11(3) een verwijzing naar de consultatie van sociale partners over MTFSP's, en een verwijzing, in artikel 21(5), naar de APR's over de uitvoering van die MTFSP's. Landenrapporten en landspecifieke aanbevelingen zijn geworteld in de artikelen 121 en 148 van het Verdrag inzake het Functioneren van de Europese Unie en in Verordening (EG) nr. 1466/97 en Verordening (EU) 1176/2011. Het SCF is geworteld in de Europese pijler van sociale rechten en gebaseerd op het sociale scorebord in het jaarlijkse Gezamenlijke Werkgelegenheidsrapport. Het wordt gecontroleerd door de Commissie Werkgelegenheid, die het adviescomité is voor ministers van werkgelegenheid en sociale zaken in de Raad voor Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Gezondheid en Consumentenzaken (EPSCO) en het Comité Sociale Bescherming. De rol van de raad, overeenkomstig artikel 148 van het Verdrag inzake het functioneren van de Europese Unie, is het bevorderen van de coördinatie van werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid op zowel Europees als nationaal niveau. De aanbeveling van de Raad van 12 juni 2023 over het versterken van de sociale dialoog binnen de Europese Unie bevordert de rol van sociale partners bij de uitvoering van het SCF en in het Europees Semester in het algemeen.
De MTFSP's van 15 lidstaten geven aan dat er consultaties hebben plaatsgevonden over hun formulering, zoals verwijst in artikel 11(3) van Verordening (EU) 2024/1263. Vijf lidstaten (Cyprus, Denemarken, Nederland, Polen en Portugal) gaven aan dat er geen consultaties hebben plaatsgevonden over de totstandkoming van hun plannen; zij meldden echter dat er in plaats van consultaties discussies werden georganiseerd. Voor de zeven andere lidstaten was er geen informatie opgenomen in het MTFSP over de vraag of er sprake was van consultatie, hoewel dit een vereiste is in artikel 13(g)(vi) van Verordening (EU) 2024/1263.
Informatie verzameld door het Netwerk van Eurofound-correspondenten bevestigde verschillen tussen lidstaten. In sommige lidstaten meldden regeringen dat zij de sociale partners niet hadden geraadpleegd; in andere raadpleegden zij hen over delen van het MTFSP, maar niet over de gehele MTFSP. Voor sommige lidstaten werd een specifieke ad-hocbenadering gebruikt om sociale partners te informeren of te raadplegen, terwijl in andere lidstaten een discussie werd gevoerd in de nationale economische en sociale raad. In Bulgarije, Tsjechië en Finland werd een praktijk van meerlaagse consultatie gerapporteerd.
Een kwaliteitsbeoordeling van nationale werkgeversorganisaties en vakbonden toonde aan dat weinig organisaties hun betrokkenheid als betekenisvol beoordeelden: één vakbond uit Malta en vier werkgeversorganisaties uit Oostenrijk, Bulgarije, Tjechiën en Frankrijk. Werkgeversorganisaties en vakbonden uit veel lidstaten gaven aan niet betrokken te zijn bij het opstellen van MTFSP's, of dat informatie alleen met hen werd gedeeld, of dat de gehouden consultatie een formaliteit was die hen niet toestond wijzigingen voor te stellen. De betrokkenheid van nationale werkgeversorganisaties en vakbonden bij de voorbereiding van de eerste APR's over de implementatie van de MTFSP's (in 2025) werd op een vergelijkbaar niveau beoordeeld.
Hogere niveaus van betrokkenheid van sociale partners werden gerapporteerd met betrekking tot de fact-finding missies van het Europese Semester. In bijna alle lidstaten waardeerden sociale partners hun betrokkenheid bij deze missies. Er wordt enige variatie gemeld wat betreft het tijdstip van de fact-finding missies, de manier waarop bijeenkomsten met sociale partners worden georganiseerd, en hoe dit de betrokkenheid van sociale partners en hun beoordeling daarvan kan beïnvloeden.
Het verschil in aanpak tussen het opstellen van MTFSP's en het uitvoeren van fact-finding missies met betrekking tot de waargenomen betrokkenheid van sociale partners is opvallend. Bij de fact-finding missies werkt de Europese Commissie direct samen met nationale werkgeversorganisaties en vakbonden, gefaciliteerd door Economisch Adviseurs in hun lidstaten. Daarentegen ligt de verantwoordelijkheid met betrekking tot MTFSP's volledig bij de autoriteiten van de lidstaten, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1263, zonder directe rol voor de diensten van de Europese Commissie.
Veel sociale partnerorganisaties gaven aan meer ondersteuning nodig te hebben voor capaciteitsopbouw, zodat zij hun expertise en vertrouwdheid binnen hun organisatie kunnen versterken met betrekking tot verschillende aspecten van het Europees Semester.
Het objectief meten van de betrokkenheid van sociale partners in het Europese Semester is een uitdaging. De bevindingen zijn genuanceerd en moeten worden geïnterpreteerd met de context van hoe informatie is verzameld.
Een eerdere start van het proces van het opstellen van MTFSP's en APR's biedt meer tijd om te overleggen met sociale partners.
In de meeste lidstaten is het het ministerie van Financiën dat leiding geeft aan het opstellen van de MTFSP en de APR. De betrokkenheid van andere ministeries, zoals het ministerie van werkgelegenheid of sociale zaken, kan worden overwogen, omdat zij mogelijk meer ervaring hebben met consultatie van sociale partners.
Sociale partners wijzen op de noodzaak van meer transparantie over consultatieprocedures, inclusief richtlijnen over het juiste moment om input te geven.
Sociale partners benadrukten het belang van gestructureerde feedbackmechanismen, waarmee ze kunnen zien hoe hun input de uitkomsten heeft beïnvloed.
De noodzaak van ondersteuning voor capaciteitsopbouw voor sociale partnerorganisaties wordt benadrukt door sociale partners uit veel lidstaten.
De MTFSP's, de APR's van 2025 en de SCF waren niet onderwerp van uitgebreid publiek debat. De kennis van bijbehorende governanceprocessen is beperkt tot een klein aantal experts, omdat de processen complex en moeilijk uit te leggen zijn. Het vergroten van het publieke bewustzijn en het verbeteren van het begrip van sociale partners over doelstellingen en methoden kan ook bijdragen aan het vergroten van het eigendom van de processen en het vergroten van de legitimiteit en effectiviteit van het gehele economische governancekader.
Dit gedeelte bevat informatie over de gegevens in deze publicatie.
Eurofound beveelt aan om deze publicatie als volgt te citeren.
Eurofound (2026), Betrokkenheid van werkgeversorganisaties en vakbonden in het Europees Semester 2024–2025, Publicatiebureau van de Europese Unie, Luxemburg.
