Naar de hoofdinhoud
Deze pagina is automatisch vertaald. Raadpleeg de originele Engelse versie en het taalbeleid van Eurofound.
Minimumloonprofiel voor Nederland
Landenprofiel
Laatst bijgewerkt: 30 June 2026

Minimumloon in Nederland

Thomas de Winter

Information for this page was compiled during December 2025 and early 2026. Most Member States had already transposed the EU minimum wage directive at this point. Those that had not yet fully completed transposition or where the information was not yet publicly available include Bulgaria, Cyprus, Luxemburg, Poland and Portugal. These profiles will be updated consecutively as the information becomes available. Users are invited to contact our experts on minimum wage if they are aware of changes.

Deze profielen beschrijven hoe minimumlonen worden gereguleerd en vastgesteld. Ze zijn beschikbaar voor alle EU-landen en Noorwegen.

Dit profiel beschrijft hoe minimumlonen in Nederland worden gereguleerd en vastgesteld. Het kan worden gelezen als achtergrondinformatie voor Eurofounds jaarlijkse review van de minimumloon-instelling. Nederland heeft een nationaal wettelijk minimumloon, dat (bijna) universeel van toepassing is.

De belangrijkste actoren die betrokken zijn bij het vaststellen van het minimumloon zijn het Centraal Planbureau (CPB), dat de gemiddelde verwachte groei van collectieve arbeidslonen berekent, en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), dat vervolgens het minimumloon vaststelt op basis van deze formule. In uitzonderlijke gevallen kan de overheid worden ingeschakeld als een speciale verhoging vereist is. Dit gebeurde voor het eerst in 2023, maar niet in 2024 of 2025.

Het proces van het vaststellen van het wettelijke minimumloon volgt de standaardprocedure vastgelegd in de Wet op het Minimumloon en de Minimumvakantietoelage (BWBR0002638, Artikel 14). Twee keer per jaar (in januari en juli) wordt het minimumloon aangepast aan de gemiddelde verwachte groei van de collectieve werkgelegenheidslonen. Deze verwachte groei wordt berekend door het Centraal Planbureau (CPB). Vervolgens wordt een vaste formule gebruikt om deze verwachte groei om te zetten in de aanpassing van het minimumloon. Dit volgt standaardprocedures: de overheid heeft over het algemeen geen directe invloed op de aanpassing van het minimumloon. Dit proces is wettelijk vastgesteld en gebaseerd op een vaste formule en mag alleen worden afgeweken tijdens verzachtende omstandigheden (die ook wettelijk zijn gedefinieerd in Artikel 14.5). De aanpassing van het minimumloon, zoals berekend op basis van de vooraf gedefinieerde formule, wordt vervolgens formeel vastgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken bij decreet.

Het jaar 2023 was het eerste jaar waarin een speciale verhoging werd doorgevoerd sinds de invoering van het minimumloon in 1969. Het debat over het verhogen van het minimumloon vindt doorgaans plaats in het parlement, waarbij andere actoren zoals sociale partners hun mening in de media uiten. Vanwege de uitzonderlijk hoge inflatie en de impact daarvan op het besteedbaar inkomen van Nederlanders, besloot de regering op Begrotingsdag het minimumloon in één keer te verhogen. Het werd noodzakelijk geacht om mensen met een lagere en middeninkomensverhouding perspectief te geven en hen veerkrachtiger te maken tegen (mogelijke) financiële tegenslagen. In 2024 en 2025 vond geen dergelijke bijzondere verhoging plaats.

Vanwege de bijzondere omstandigheden kan de aanpassing van het minimumloon worden geregeld via een Algemeen Administratief Bevel (AMvB) in plaats van een wetswijziging. Een AMvB kan sneller worden gerealiseerd en betekent ook dat alle uitkeringen die aan het minimumloon gekoppeld zijn, zoals sociale bijstand, automatisch meegaanopens in new tab.

Volgens artikel 14.1 van de Minimumloonwet wordt het minimumloon tweemaal per jaar (1 januari en 1 juli) aangepast op basis van de gemiddelde verwachte groei van de loonniveaus zoals vastgesteld in een mandje collectieve arbeidsovereenkomsten. Deze verwachte groei wordt berekend door het Centraal Planningsbureau (CPB). Vervolgens wordt een vaste formule gebruikt om deze verwachte groei om te zetten in een niveauverandering voor het minimumloon:

  1. de helft van de ontwikkeling van zogenaamde 'contractlonen', dat wil zeggen het loon dat in individuele arbeidsovereenkomsten is vastgelegd, wettelijk of collectief arbeidsovereenkomst. Het wordt ook wel 'bruto loon', 'basisloon' of 'contractloon' genoemd. Dit betekent het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van collectief overeengekomen lonen in de private sector, de publieke sector en de publieke/private sector (waaronder gesubsidieerde particuliere instellingen, zoals ziekenhuizen, bijvoorbeeld). Voor elk jaar waarin de beslissing wordt genomen, wordt deze ontwikkeling van contractlonen in het huidige jaar geraamd in de publicatie van het Macro-economisch Vooruitzicht van het voorgaande jaar.

  2. en het verschil tussen: a) de ontwikkeling van contractlonen in het voorgaande jaar zoals gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan van dat jaar; en b) de ontwikkeling van contractlonen in het voorgaande jaar, zoals gepubliceerd in het Macroeconomisch Vooruitzicht van dat jaar.

Criterion

How is this defined/operationalised?

Regulation or practice

Average expected growth of the collective employment wages

a) half of the trend in collective employment wages as estimated for the year in question, as published in the Macroeconomic Outlook in the previous year; and

b) the difference between the trend in collective employment wages as estimated for the previous year, as published in the Central Economic Plan in that year, and the trend in collective employment wages as further estimated for the previous year, as published in the Macroeconomic Outlook in that year.

Minimum wage and minimum holiday allowance act, Article 14.1

Daarnaast codificeert artikel 14(16) van de Wet op het minimumloon en de vierjaarlijkse beoordeling van het minimumloon formeel vier criteria voor de beoordeling van het minimumloonniveau voor het minimumloon en voor de vierjaarlijkse beoordeling van het minimumloon:

  • De koopkracht van het minimumloon, rekening houdend met de kosten van levensonderhoud

  • Het algemene loonniveau en hun verdeling

  • Het tempo van loonstijging

  • Nationale productiviteitsniveaus en langetermijnontwikkelingen

Ze werden in de wet opgenomen in het kader van de invoering van de EU-richtlijn minimumloon en vormen de (voormalige) elementen van artikel 5(2) (a)-d) van de richtlijn. De uitspraak van het HvJ-EU in november 2025 vernietigde echter de betreffende paragraaf van de EU-richtlijn.

De wijziging van de Wet op het Minimumloon en de Minimumvakantietoeslag die de EU-richtlijn minimumloon invoert, bepaalt dat indicatieve referentiewaarden moeten worden bepaald door ministeriële regelgeving (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en als richtlijn moeten dienen bij het beoordelen of het minimumloon adequaat is.

De ministeriële verordening van 18 februari 2026, die indicatieve referentiewaarden voor het minimumloon vaststeltopens in new tab, stelt twee indicatieve referentiewaarden vast:

1. absolute dimensie (levensstandaard): Het netto besteedbaar inkomen van fulltime minimumloonarbeiders bedraagt gemiddeld 128% van de noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Deze waarde werd bepaald op basis van een vergelijking (met behulp van begrotingsgegevens van het National Institute for Family Finance Information, Nibud) van het netto besteedbaar inkomen van minimumloonarbeiders (inclusief lonen, belastingkredieten, toelagen en kinderbijslag) met noodzakelijke levensonderhoudskosten, over zes representatieve huishoudtypen.

2. relatieve dimensie (loonverdeling): Het bruto wettelijke minimumloon bedraagt 50% van het mediane loon. Dit wordt bijgehouden door de OESO en is uitsluitend gebaseerd op bruto bedragen (geen fiscale correcties). Het onderliggende cijfer was 49,14% (OESO-gegevens 2023); 50% werd gekozen als afgeronde referentiewaarde.

De waarden worden beoordeeld als onderdeel van de vierjaarlijkse evaluatie van de toereikendheid van het minimumloon.

Het minimumloon is universeel bindend, zoals vastgelegd in artikel 7 van de wet op de minimumloon- en minimumvakantietoeslag. Zowel Nederlandse als buitenlandse werkgevers en werknemers in Nederland moeten voldoen aan de rechten en plichten die dit met zich meebrengt. Het minimumloon voor jongeren geldt voor jongeren tussen de 15 en 21 jaar (zoals beschreven in de volgende sectie).

Er zijn twee uitzonderingen, zoals vastgelegd in artikel 10:
1. De Minister kan werkgevers of organisaties die werkgevers of werknemers vertegenwoordigen toestaan een lager minimumloon te betalen voor bepaalde groepen werknemers in een bedrijf of industrie als het voortbestaan of de bedrijfsvoering van het bedrijf of de sector ernstig in gevaar is. Deze goedkeuring kan specifieke voorwaarden bevatten. Een beslissing zal echter alleen worden genomen als de verzoekende partij heeft overlegd met werknemers- of werkgeversorganisaties die de minister als representatief beschouwt.

2. De minister kan ook, zonder dat gevraagd wordt, besluiten een lager minimumloon vast te stellen voor bepaalde groepen werknemers die voornamelijk huishoudelijke of persoonlijke diensten leveren in particuliere huishoudens.

Het minimumloon voor jongeren is van toepassing op personen van 15 tot 20 jaar, waarbij het volledige tarief van kracht wordt voor personen van 21 jaar en ouder. Dit wordt gedefinieerd in het Minimumloon voor Jeugden (BWBR0003599). Er zijn ook sub-minimumtarieven voor leerlingen en gehandicapte werknemers. In de afgelopen vijf jaar zijn er geen wijzigingen aangebracht in de manier waarop deze tarieven worden bepaald. De enige wijziging is de overgang van een maandelijks naar een uurtarief per 3 januari 2024, dat geldt voor alle tarieven, inclusief sub-minimumtarieven.

De percentageregels voor de verschillende leeftijdsgroepen zijn als volgt (Minimumloon voor jongeren, artikel 2):

Age

Percentage of minimum wage

21 years and older

100%

20 years old

80%

19 years old

60%

18 years old

50%

17 years old

39.5%

16 years old

34.5%

15 years old

30%

Het minimumloontarief is per uur vastgesteld per 3 januari 2024 (artikel 8 van de Minimumloonwet). Tot eind 2023 was er een maandelijkse premie, evenals een berekening van hoe dit vertaalt naar een wekelijkse en een dagelijkse prijs. De uurloon was afhankelijk van de duur van de voltijdse werkweek, die per sector kan variëren afhankelijk van de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst. Een volledige werkweek in Nederland lag in 2023 tussen de 36 en 40 uur. Dit systeem is echter veranderd sinds 2024. Sindsdien geldt er een minimumuurtarief voor alle werknemers, afgeleid van een 36-urige werkweek (Ministerie van Algemene Zaken, 2023b). Met deze wijziging zijn alle eerdere specificaties over werktijden of maandelijkse betalingen verdwenen. Vanaf januari 2026 bedraagt het uurtarief € 14,71.

Zoals bepaald in art. 6 van de Minimumloonwet bestaat het minimumloon in Nederland uit het basisloon en de volgende aanvullende componenten: vergoeding voor extra werk of overuren, supplementen, vergoeding en fooien. Het totaal van deze bedragen mag niet minder zijn dan het wettelijke minimumloon waarop men recht heeft. De definitie van het 'basistarief' is het loon dat in iemands arbeidsovereenkomst staat. Inkomen dat niet meetelt voor het minimumloon omvat vakantievergoeding, winsttoeslagen, speciale voordelen (bijvoorbeeld een uitkering die men af en toe ontvangt voor het verloop dat men heeft behaald), voordelen die men pas later en onder bepaalde voorwaarden krijgt (bijvoorbeeld pensioen- en spaarregelingen waaraan de werkgever bijdraagt), uitkeringen voor uitgaven die men moest maken voor zijn werk, Eindejaarsbonussen. Al deze componenten moet men bovenop het minimumloon ontvangen.

Volgens art. 6 van de Wet op het Minimumloon tellen alleen gespecificeerde inkomenscomponenten mee voor het wettelijke minimumloon; Vergoedingen voor werkgerelateerde kosten zoals huisvesting en ziektekostenverzekering zijn uitgesloten van de loondefinitie. Art. 2a van het decreet over het minimumloon en de minimumvakantievergoeding staat werkgevers echter toe om kosten voor door de werkgever verstrekte huisvesting en wettelijke ziektekostenverzekering af te trekken van het wettelijke minimumloon, mits (i) de werknemer schriftelijke toestemming heeft gegeven, (ii) de accommodatie voldoet aan de voorgeschreven kwaliteitsnormen, en (iii) de totale aftrek voor huisvesting niet hoger is dan 25% van het wettelijke minimumloon. Zonder zo'n overeenkomst moeten huisvestings- en verzekeringskosten bovenop het wettelijke minimumloon worden betaald.

Components that count towards the minimum wage

Description

(Basic) wage

This is the wage stated in one’s employment contract.

Compensation for additional work or overtime

Extra work or overtime are the hours one works more than stated in one's contract. Or if one works more hours than the working week counts in one's industry or organisation. Workers are also entitled to the statutory minimum wage for these hours.

Supplements

Supplements are for example for performance, shift work or irregular working hours.

Remuneration

Fixed (weekly or monthly) rewards for the turnover one makes.

Tips

These are remunerations from third parties (i.e. not from the employer) arising from one's work. Tips may only count towards SMW if a worker and their employer have agreed on this. In absence of such an agreement, tips must be paid in addition to the minimum wage.

De Macro Economische Vooruitblik (MEV) is een belangrijke studie van het Nederlands Bureau voor Economische Beleidsanalyse (CPB) om middellangetermijneconomische ontwikkelingen in Nederland te voorspellen en analyseren. Het MEV-rapport wordt jaarlijks in september gepubliceerd en vormt de basis voor de begroting van het volgende jaar.

Het Centraal Economisch Plan (CEP) is een CPB-publicatie die jaarlijks in maart/april wordt uitgegeven. Deze publicatie presenteert het economische vooruitzicht voor het huidige en komende jaar.

1 September 2026
Minimumlonen in 2026: Jaarlijkse evaluatie
Het vaststellen van het minimumloon in de EU is een steeds dynamischer en nauwlettend gevolgd beleidsgebied geworden, gevormd door de invoering van de EU-richtlijn minimumloon en een decennium van aanhoudende reële groei van wettelijke tarieven. Dit rapport onderzoekt de loonsbepalingsbesprekingen die in 2025 plaatsvonden in lidstaten en Noorwegen, met de nadruk op landen met en zonder nationaal minimumloon, de wisselwerking tussen minimumlonen en collectieve onderhandelingen in laagbetaalde sectoren, en de groeiende rol van indicatieve referentiewaarden bij het vormgeven van nationale beslissingen.
Onderzoeksrapport
30 January 2026
Reële groei van minimumlonen in 2026, te midden van zowel vooruitgang als terugtrekking van de ambities van lidstaten
De meeste EU-lidstaten hebben vanaf 1 januari 2026 het niveau van hun nationale minimumloon gewijzigd en, net als het voorgaande jaar, is het algemene beeld er een van aanzienlijke verhogingen – aanzienlijk hoger dan de prijsstijgingen.
Artikel
Flag of the European UnionThis website is an official website of the European Union.
European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions
The tripartite EU agency providing knowledge to assist in the development of better social, employment and work-related policies

All official European Union website addresses are in the europa.eu domain.

See all EU institutions and bodies